Familiegevoel in de praktijk: drie generaties bij Vebego
De mooiste verhalen beginnen niet op kantoor, maar thuis aan de keukentafel. Zo ook het verhaal van Vebego. Al sinds 1943 is Vebego een echt familiebedrijf. En ondanks dat het bedrijf inmiddels uitgegroeid is tot een grote internationale speler, draait het hier nog steeds om dat familiegevoel. In deze reeks komen broers, zussen, ouders en kinderen aan het woord, die óók toevallig collega’s zijn. Zij delen hoe het is om samen te werken binnen hetzelfde bedrijf.
Mariyana werkt als voorvrouw bij Vebego. Maar zij is niet de enige binnen haar Bulgaarse familie. Zowel haar moeder, zus als neefje werken voor Vebego in de schoonmaak. Eén familie met drie generaties aan collega’s.
Heel de familie bij Vebego
‘In 2017 ben ik als eerste van ons gezin bij Vebego begonnen,’ vertelt Mariyana. ‘Toen werkte ik als voorvrouw in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Als voorvrouw verdeel je de schoonmaaktaken, houd je toezicht en maak je zelf ook schoon.’ Naast veel werkervaring brengt Mariyana ook een groot deel van haar Bulgaarse familie mee. ‘Via mijn zus ben ik ook bij Vebego terechtgekomen. Eerst in de schoonmaak in het ziekenhuis en later op kantoor,’ vertelt zus Kremena. Mariyana vult aan: ‘Zo is het ook met mijn moeder gegaan. Zij is, via mij, in de avonduren begonnen met schoonmaken. En toen ik later vakantiekrachten nodig had, heb ik mijn neefje Rumen gevraagd.’
De kracht van taal
‘Wat zo fijn is aan Vebego, is dat ze altijd met medewerkers meedenken,’ vertelt Mariyana verder. ‘Zo werd ons in het begin gevraagd waar wij binnen het werk behoefte aan hadden. We wilden eigenlijk gewoon beter Nederlands leren praten. Mijn moeder, mijn zus en ik mochten daarom een cursus Nederlands volgen.’ Kremena vult aan: ‘Vroeger konden we bijna alleen onze namen zeggen. Nu kunnen we gewoon met iedereen praten. Daar ben ik hartstikke trots op. En waar nodig, helpen we elkaar gewoon.’
Op elkaar letten
Oma Silviya kijkt trots en geniet zichtbaar als haar dochters en kleinzoon over hun werk bij Vebego praten. Dan zegt ze iets in het Bulgaars en wijst naar haar arm. Kleinzoon Rumen schiet te hulp: ‘Oma zegt dat ze vorig jaar aan haar schouder is geopereerd. Die is eigenlijk versleten en dat is lastig met haar schoonmaakwerk. Haar arm buigen, lukt niet goed meer.’ Rumen kijkt zijn oma aan en vervolgt: ‘Ze mist haar werk, maar ze gaat af en toe nog koffiedrinken met collega’s. En gelukkig bellen ze regelmatig op, om te vragen hoe het met haar gaat.’ Kremena vult aan: ‘Mensen letten hier goed op elkaar, dat is fijn.’
Twee werelden, gedeelde waarden
‘Oma zegt altijd dat we op het werk collega’s zijn en daarbuiten familie,’ vertelt Rumen. ‘We willen niet dat mensen denken dat we elkaar voortrekken. We noemen elkaar op het werk dus ook gewoon bij onze voornamen. Ik zeg bijvoorbeeld niet dat ik met mijn moeder ben gekomen, maar met Kremena.’ Mariyana schiet in de lach: ‘Pasgeleden vroeg een collega aan mij hoe het met Silviya en het herstel van haar schouder was. Ik zei toen: “nou, het gaat nog niet zo goed. Ik moet haar nog een beetje helpen met douchen”. Waarop die collega mij heel vreemd aankeek en riep: “Stop! Hoezo help jij haar met douchen?!” Blijkbaar wist zij niet dat Silviya mijn moeder is, haha!’
Oma, dochters en kleinzoon delen, ondanks hun leeftijdsverschil, alle drie de waarden van samenwerken, groeien en voor elkaar zorgen. Net als Vebego. Mariyana legt uit: ‘Van onze ouders hebben wij geleerd dat werken heel belangrijk is. Zonder werk geen geld, en zonder geld geen goed leven. Zo simpel is het.’ Mariyana besluit: ‘Het is bij ons thuis net als bij Vebego: kijken, denken doen. Als iets niet goed is, zeggen we dat tegen elkaar. We werken hard, bouwen op elkaar en zijn trots op wat we doen!’